Recht op
Deeltijdwerk
Op 19 februari 2000 is de wet Aanpassing Arbeidsduur in werking getreden. Deze wet geeft werknemers de mogelijkheid om minder of meer uren te gaan werken voor hun huidige baas.
Volgens de nieuwe wet mag iedere werknemer zijn werkgever verzoeken om een beperking of verlenging van de arbeidsduur. Zo'n verzoek moet wel minimaal 4 maanden voor de gewenste datum van de wijziging van de arbeidstijden worden ingediend. Een dergelijk verzoek kan pas worden ingediend als de werknemer minimaal een jaar in dienst is van de werkgever en mag maximaal een keer per twee jaar worden gedaan. Neemt de werkgever geen beslissing dan geldt dit op grond van de wet als een instemming. De werkgever mag niet zo maar weigeren.
Een werkgever dient een verzoek tot uitbreiding of beperken van de arbeidsduur in te willigen tenzij er zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zijn, die zich daartegen verzetten. Of dit het geval is, moet steeds van geval tot geval worden bekeken.
De wetgever maakt een uitzondering voor bedrijven die minder dan 10 werknemers in dienst hebben. Deze bedrijven zijn echter wel verplicht om een regeling te treffen voor het verrichten van deeltijdarbeid. Als zo'n regeling niet wordt getroffen, loopt een dergelijke werkgever het risico dat rechters de hoofdregel voor grotere werkgevers zullen gebruiken als richtlijn om te bepalen wat werknemers van hun (kleinere) werkgever mogen verwachten.
De bovenstaande wettelijke vereisten zijn overigens niet keihard. De rechter kan en zal een uitzondering maken, indien hij van mening is dat een goed werkgeverschap hierom vraagt gezien bijzondere omstandigheden van een werknemer.
Hoofdregel in de verhouding tussen werkgever en werknemer is dat dezen zich dienen te gedragen als "een goed werkgever" en "een goed werknemer". Wat deze goede werkgever en werknemer van elkaar mogen verwachten kan door deze nieuwe wet drastisch wijzigen. |